vrijdag, oktober 15, 2004

Terug in Nepal: rafting !

Het laatste stukje van de fietstocht, van de grens naar Kathmandu, deden we dan wel met de bus, de zichten op de tropische stijle bergen met hun rijstterrassen, vogels, vlinders, krekels en watervallen waren een heel contrast met Tibet. En in de bodem van de vallei stroomt natuurlijk een, in dit geval, kolkende, rivier. Dat deed me dus snel beslissen dat ik de ongeplande periode wou opvullen met rafting. Na wat rondkijken en eerst nog mijn fiets verkopen, boekte ik een trip op de Sun Koshi, vertrek op 3 oktober, terug in Kathmandu op 11 oktober. Ik verkocht mijn fiets trouwens voor 12500 roepies, tegen een aankoopprijs van +/- 16000 roepies, dus mijn kost was 3500 roepies of +/- 40 euro.
Onze riviertocht-groep bestond uit 9 personen: 3 Zweden (Anna, Olle en Tille), 2 Amerikanen (Lynn en Diny), een nieuw-zeelander (Mike), een brit (Andy), een Nepalees (Purna-op stap met Lynn) en ikzelf. En natuurlijk een team van 7 begeleidende Nepalezen. Het raft werd (globaal gezien) bemand door Mike, Purna, Tille en ikzelf en Lynn halftijds. De rest zat ik Kayaks (Diny voer mee op de gear-raft).
We kregen 8 dagen van waterpret voorgeschoteld, met verschillende klasse 3 stroomversnellingen en 2 klasse 4 stroomversnellingen. De meest impressionante en gevaarlijke, Hakapur, werd wel een dik uur besproken van de kant eer ze genomen werd. Deze botsten we eigenlijk vrij rustig naar beneden. Andere stroomversmellingen waren veel meer fun. Soms waren de golven zo hoog als ons raft lang is (een 4 meter) en dan krijg je natuurlijk bakken water over je kop als je deze neemt.
De dagen waren eerder kort (veel water, dus snel stromend), maar we kampeerden steeds op schitterende, zilveren stranden aan de rand van de rivier (zilver door de micca). Als slaapplaats gebruikten we het raft, shuin ondersteund door paddels, met een zeil over - geweldig. Enig nadeel: na een paar dagen zit echt alles onder het zand. Tijdens het varen werd er dikwijls geroepen vanaf de kant door kinderen (hello, hello), maar waar zij ons van ver zagen afkomen, waren zij nauwelijks te zien op de kant.
Ik heb zelf een stukje rivier in de kayak kunnen proeven, na een express-cursus kajakken (eruit geraken, stabiel liggen, safety rescue: andere kayakker die naast je komt om je recht aan te trekken). Op het +/- uurtje dat ik kajakte, heb ik wel 3 keer gezwommen, maar alle begin is moeilijk, nietwaar.
Algemeen gezien evolueert de rivier van zeer hoge en steile bergen, naar hoge heuvels, naar lagere heuvelsm die dan ineens abrupt stoppen eens we de Terai binnen-vaarden. Daar wordt de rivier ook inneens kilometer-breed (later, in India, wordt dit de Ganges).
Enig minpunt op deze trip: op de avond van de 5e dag kreeg ik plots een koortsig gevoel, dus kroop ik in bed. Olle die naast me lag begon ineens te kotsen, ikzelf moest 6 keer opstaan met diarree die nacht (Anna had het 2 dagen voordien gehad). De volgende ochtend stond ik op met barstende koppijn en weinig kracht. Ercefuryl en aspirine hielden mij genoeg op de been om die dag toch wat van het raften te genieten, maar toen we op de kampplaats aankwamen, rilde ik van de kou. Een namiddag en nacht slaap hielpen me terug op de been, maar nu nog steeds zijn de darmen niet 100% in orde.
Toen ik terug in Kathmandu aankwam, was er nog een ander spannend moment. Ze vonden maar 1 van de 3 zakken terug in de baggage-ruimte van het guesthouse. Toen ik me na een half uur zoeken begon neer te leggen bij de situatie dat ik vanalles ging moeten nieuw kopen, doken ze toch ineens op. Oef !
De laatste dagen ben ik hier maar wat aan het luieren en is het vol ongeduld wachten op de rest van de groep om eindelijk de bergen in te trekken. Ik ben trouwens serieus aan het rondkijken geweest om de Island Peak als laatste en hoogtepunt van de reis te doen,... als Veerle dit ziet zitten.

Meer nieuws in ongeveer een maand...
Groeten,
Dirk.