Tibet-reis - hoogte, mensen, etc.
Hier zijn nog wat extra weetjes van de Tibetreis.
Hoogte:
De maximale hoogte die we bereikt hebben op de tocht was 5437m. Maar lastiger dan dat is dat we geslapen hebben op 4919m. Dit is dus hoger dan de Mont Blanc, ter vergelijking. En deze hoogte brengt zo zijn ongemakken mee. Als je weet dat een slaapzak in het zakje proppen je al een beetje buiten adem brengt en dat je enkele keren na elkaar bukken en rechtstaan om tentharingen in de grond te stekken je al draaierig maakt, stel je dan even voor wat het is om gehurkt boven een gat in de grond naar de WC te gaan... Inderdaad, niet altijd even evident...
De koude is dan weer een extra probleem dat hiermee gepaard gaat. Op een bewolkte avond besloot ik me toch in de rivier te gaan wassen. Ik stond maar een 5 a 10 minuten met de voeten in het water, maar dat was genoeg om een uur tijd nodig te hebben om mijn tenen en hielen, waar het gevoel uit aan het verdwijnen was, terug warm te krijgen.
Landschap:
Wellicht het meest impressionante aan Tibet zijn de eindeloze vlaktes die dan overgaan in (besneeuwde) toppen. Maar dat is iets wat moeilijk te beschrijven is. Wat ook opviel was de grote erosie die er inwerkt op de bergen.
Mensen:
Hogerop in de bergen leven de Tibetanen nog op nomadische wijze met grote kuddes schapen, geiten en yaks. In de lagere valleien wordt er aan landbouw gedaan zoals bij ons honderd jaar geleden (paard en kar, sikkel voor de oogst, groetmoeder die eten en drinken komt aanvoeren op het veld).
Een cafebezoek is ook een speciale ervaring: de bierflessen zijn er 650ml, maar de glaasjes die je krijgt zijn niet veel groter dan een jeneverglaasje. De bazin (of vrouw des huizes) blijft continu bijschenken en geeft je het glas zelfs in de hand als je je glas niet snel genoeg ledigt.
Nog een andere rare gewoonte is het gooien van gebedsbriefjes op de passen. Natuurlijk hangt het er vol gebedsvlagjes, maar als ze de pas overrijden beginnen ze ook nog eens briefjes in de wind te laten vliegen.
Wat ook een absolute belevennis is, is de boedhistische monniken-discussie. Daar komt veel handgeklap bij kijken om hun visie kracht bij te zetten.
Ervaringen met de lokalen:
Sommige ontmoetingen met de lokale bevolking blijven echt bij. Dit waren de 3 leukste voor mij:
- Twee jongetjes op een stro-kar getrokken door een ezel. Toen ik een foto wilde maken, wilden ze er eerst niet op. Na even aandringen en een kleine gift (koekje) poseerden ze wel. Het werd helemaal leuk voor allemaal als ik ze zelf foto's liet maken.
- Op een bepaald moment zagen Luk en ik twee vrouwen graan zeven even weg van de weg. Vol interesse gingen we even kijken en ik slaagde er zelfs in om heel even zelf te mogen zeven... heel even maar, want ik deed het helemaal niet goed aan de reactie van de vrouw te zien.
- Bij een van de middag-stops passeerde er een herder-jongetje. Ze hebben steeds een slinger bij waarmee ze stenen slingeren naar de kudde om die bijeen te houden. Een van de chauffeurs en Dorshi, een van de sherpa's, slingerden zelf ook met gratie. Toen ik een poging mocht wagen ging het veel minder goed, maar ik heb niemand geraakt, da's toch al iets...
Voedsel:
Typisch Tibetaans, maar absoluut niet lekker (toch niet voor mij), zijn yak-boter-thee en een soort van yak-boter-deeg. Na enkele dagen in Lhasa rondgewandeld te hebben was ik de geur van Yakboter trouwens kotsbeu ! Maar het meest speciale dat ik er gegeten heb is gebakken schapenlong... niet zo lekker maar toch eetbaar.
Op weg:
Als afsluiter een goeie samenvatting van de condities op de fietstocht: stof, stof en nog eens stof !


1 Comments:
Dirk, 1.boterthee of tibetaanse thee is de nationale drank en er worden wel 40 kopjes per dag gedronken; 2.De deeg bestaat hoofdzakelijk uit gemalen gerst. Er zit nog wat meer in om er een deeg van te maken en smaak en kleur. Deze "Tsampa" is zo voedzaam dat tibetanen en monniken er mee kunnen overleven.Of wij dat lekker vinden is een andere zaak.Wij eten trouwens ook veel brood
Groeten van nonkel Rik
Een reactie posten
<< Home